Wie waren de mensen van de Orgelzolders?

Een van de twee zolders naast het orgel in de Breepleinkerk in Rotterdam-Zuid waar de zeven hoofdpersonen van dit grimmige sprookje tijdens de Tweede Wereldoorlog jarenlang moesten verblijven.
Rebecca Andriesse als jong meisje. Zij woonde met haar ouders in een bovenhuis aan de Kruiskade in Rotterdam Centrum. Na het bombardement van mei 1940, dat ook hun huis in de as legde, verhuist het gezin naar de Dordtselaan in Rotterdam-Zuid.
Aaltje Andriesse-Sanders, de moeder van Rebecca, hielp zo veel zij kon Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Zij gaat daarmee door tot de zomer van 1941. Aaltje wordt gearresteerd en in kamp Schoorl geïnterneerd.
Kamp Schoorl met bos op de achtergrond
Vrouwenappèl in kamp Schoorl. Aaltje Andriesse blijft daar tot zij in oktober 1941 op transport wordt gesteld naar Duitsland. Op 22 april 1942 wordt zij in vrouwenkamp Ravensbrück vermoord. Zij is 36 jaar.
Trouwfoto Rebecca en Maurice 28 mei 1942
Ook Rebecca, dan 17 jaar, en haar verloofde Maurice Kool, 25 jaar, hebben de oproep ontvangen om zich te melden voor transport naar Duitsland. In plaats daarvan besluiten zij hals-over-kop te trouwen, omdat zij het gerucht geloven dat getrouwde stellen bij elkaar mogen blijven. Rebecca’s grootvader heeft voor hen een schuilplaats gevonden in de protestantse Breepleinkerk.
Trouwfoto Rebecca en Maurice met familie
Een paar familieleden van Rebecca en Maurice kunnen de trouwplechtigheid op 28 mei 1942 bijwonen. Uiterst links staat Ida Kool, de moeder van Maurice, uiterst rechts staat Meijer, de vader van de bruidegom. De dag na het huwelijk arriveert het bruidspaar bij de Breepleinkerk, waar koster Jacobus de Mars hen naar hun schuilplaats brengt. Ida en Meijer arriveren er enkele weken later. De koster en zijn vrouw Annigje zorgen voor de onderduikers. Verder weet niemand van hun aanwezigheid.
Chaim en Fifi de Zoete en hun drie dochters Mirjam, Judith en Hadassah in Nederlands-Indië. In 1936 keren zij naar Nederland terug; Chaim is aangesteld als chef-apotheker bij de GGD in Rotterdam. Op het moment dat duidelijk wordt dat de Duitse bezetters alle Joden willen vernietigen duiken zij onder. Na een barre zwerftocht kloppen zij aan bij ds. Gerrit Brillenburg Wurth van de Breepleinkerk, die vervolgens zijn koster inschakelt. Pas dan hoort de dominee dat er al meer dan een jaar twee echtparen ondergedoken zijn in de kerk.
Hadassah bij fam. van der Leer
Het verzet ontfermt zich over de drie meisjes De Zoete en vindt voor hen onderduikadressen. Hadassah de Zoete (zie foto) wordt na enkele omzwervingen ondergebracht bij de familie Van der Leer in Rotterdam. De Van der Leers gaan elke zondag naar de dienst in de Breepleinkerk. Na afloop drinken zij koffie in de pastorie. Hadassah wordt altijd de tuin in gestuurd om naar de konijntjes te kijken. Braaf meisje als zij is, doet zij dat, niet wetend dat haar ouders door een raam hoog in de kerk haar kunnen zien.
Jacobus en Annigje de Mars - Ouwens
Het kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens. Eendrachtig met het domineesechtpaar zorgen zij bijna drie jaar lang voor de onderduikers in de kerk.
Dominee Gerrit Brillenburg-Wurth, bood hulp en troost waar mogelijk.
Gerda Brillenburg Wurth-van Leeuwen, verpleegster, onverschrokken, standvastig en niet klein te krijgen.
Dr. Leo Lashley met bril
Dr. Leo Lashley, oogarts, trouw kerkganger en tijdelijk gynaecoloog. Hij begeleidt Rebecca, die inmiddels in verwachting is, gedurende de maanden van haar zwangerschap. En hij helpt, samen met verzetsvrouw Riek Dekkers en Gerda Brillenburg Wurth, het kind ter wereld te brengen. Emile Kool wordt op 6 januari 1944 geboren.
Praktijkbord Dr. Lashley met openingstijden
Annigje de Mars met Emile Kool in de tuin
Annigje de Mars met baby Emile in de tuin achter haar huis.